Slaapregressies
9 december 2025
12 min lezen
Slaapregressie 10 maanden bij baby van 10 maanden die onrustig in ledikant ligt

Slaapregressie 10 maanden: oorzaken + 7 zachte tips

Slaapregressie 10 maanden betekent vaak dat je baby ineens slechter slaapt, terwijl het net zo goed leek te gaan. Je ziet meer nachtelijk wakker worden, korte dutjes en moeite met inslapen.

Dat is vermoeiend en soms ook frustrerend. Je doet je best, volgt een ritme en toch is je baby weer wakker. Veel ouders vragen zich af of er iets mis is, of dat ze iets verkeerd doen.

In dit artikel lees je wat slaapregressie rond 10 maanden is, hoe dit past binnen de leeftijd van 4-12 maanden, welke rol ontwikkeling speelt en wat jij vandaag al kunt doen. Met concrete, zachte strategieën die rekening houden met huilen, hechting en jullie hele gezin.

Wat is slaapregressie rond 10 maanden?

Slaapregressie 10 maanden is geen officiële medische term, maar een praktische manier om te beschrijven dat het slapen tijdelijk achteruit lijkt te gaan. Een baby die eerder redelijk voorspelbaar sliep, wordt ineens vaker wakker, heeft meer hulp nodig bij inslapen of wordt heel vroeg wakker. Dit kan een paar dagen duren, maar ook enkele weken aanhouden.

Rond 8-11 maanden maken veel baby’s een sprong in hun ontwikkeling. Ze gaan kruipen, zich optrekken, soms staan in het bedje en worden zich bewuster van hun omgeving en van jou. Al die nieuwe indrukken kunnen het brein als het ware “druk” maken, waardoor slapen lastiger wordt. Slaapregressie is dan vaak een teken van groei, niet van achteruitgang.

Belangrijk is om te weten dat slaap bij baby’s tussen 4 en 12 maanden sowieso nog flink in ontwikkeling is. Er zijn grote verschillen tussen kinderen: sommige slapen al redelijk door, anderen hebben nog regelmatig hulp nodig. Slaapregressie 10 maanden betekent dus niet dat er iets mis is met jouw baby of met jouw opvoeding, maar dat er tijdelijk meer ondersteuning nodig is.

Hoe herken je slaapregressie op 10 maanden (en tussen 4-12 maanden)?

Je herkent slaapregressie 10 maanden meestal aan een combinatie van signalen. Het gaat zelden alleen om één keer slecht slapen. Je ziet vaak een patroon van meerdere dagen of weken waarin het slapen duidelijk anders is dan je gewend was. Dat kan zowel overdag als ’s nachts zijn.

Veelvoorkomende signalen zijn bijvoorbeeld: je baby wordt vaker wakker ’s nachts, huilt bij het naar bed gaan terwijl dat eerder soepel ging, dutjes worden korter of je baby lijkt juist oververmoeid en heeft moeite om in slaap te vallen. Soms wil je kind alleen nog maar bij jou slapen, of protesteert bij elke poging om neer te leggen in het bedje.

Bij baby’s tussen 4 en 12 maanden zie je daarnaast vaak dat slaapproblemen samengaan met ontwikkelingsstappen. Rond 4 maanden verandert de slaapstructuur, rond 7-8 maanden zie je meer separatieangst, rond 9-10 maanden komen motorische mijlpalen als kruipen en optrekken. Je kunt dan ook kijken naar andere signalen van ontwikkeling, zoals meer oefenen met bewegen, brabbelen of zich aan jou vastklampen, om de slaapverandering beter te begrijpen.

Oorzaken: waarom ontstaat slaapregressie rond 10 maanden?

De belangrijkste oorzaak van slaapregressie 10 maanden is ontwikkeling. Je baby leert in deze fase vaak kruipen, optrekken, staan en soms zelfs stapjes langs de rand van de tafel. Al dat oefenen stopt niet automatisch als het bedtijd is. Veel baby’s gaan in bed vrolijk verder met oefenen, waardoor ze moeilijker tot rust komen. Of ze worden ’s nachts wakker en willen ineens weer staan of kruipen.

Daarnaast speelt de emotionele ontwikkeling een grote rol. Rond 8-11 maanden ontstaat vaak duidelijke separatieangst: je baby beseft dat jij los van hem bestaat en kan onrustig worden als je wegloopt. Dat merk je bijvoorbeeld bij het naar bed brengen: zodra jij de kamer uitgaat, begint hij te huilen. Dat is geen manipulatie, maar een normale fase in de hechting.

Ook veranderingen in de dagstructuur kunnen bijdragen. Rond deze leeftijd gaan veel baby’s van drie naar twee dutjes, of verschuift het eerste dutje iets later. Onrustige dagen, ziekte, tandjes of een verhuizing kunnen een tijdelijke verstoring geven. Soms zie je dat een eerdere sprong, zoals de 8 maanden sprong, nog na-ijlt en het slapen rond 10 maanden extra beïnvloedt.

Slaapbehoefte en ritme tussen 4 en 12 maanden

Om slaapregressie 10 maanden goed te kunnen plaatsen, is het handig om te weten wat een gemiddelde slaapbehoefte is in de leeftijd 4-12 maanden. Het gaat hier altijd om gemiddelden: sommige baby’s hebben wat meer of minder slaap nodig. Belangrijker dan exacte uren is het totaalplaatje: is je baby overdag meestal alert en tevreden, groeit hij goed en herstelt hij van inspanning?

Tussen 4 en 6 maanden hebben veel baby’s nog drie dutjes nodig overdag. De nachten kunnen nog wisselend zijn, met meerdere voedingen. In deze fase kun je voorzichtig beginnen met wat meer voorspelbaarheid in het ritme, maar helemaal “doorslapen” is lang niet altijd haalbaar of passend. Rond de 4 maanden sprong zie je vaak al een eerste duidelijke slaapverandering.

Tussen 7 en 12 maanden ontwikkelen de meeste baby’s zich naar twee dutjes overdag. De nachten worden soms rustiger, maar bij sprongetjes, ziekte of tandjes kunnen er weer meer onderbrekingen zijn. Rond 7-9 maanden kun je bijvoorbeeld een slaapregressie 7 maanden of slaapregressie 9 maanden merken. Slaapregressie 10 maanden past dus in een bredere periode van verandering, waarin het ritme stap voor stap stabieler wordt.

Rol van slaapassociaties en inslaaphulp

Slaapassociaties zijn de dingen die je baby koppelt aan in slaap vallen, zoals wiegen, drinken, een hand op de rug of samen in jullie bed liggen. Bij slaapregressie 10 maanden vallen deze associaties vaak extra op. Een baby die altijd met de borst in slaap viel, kan ineens nog vaker wakker worden en diezelfde hulp opnieuw nodig hebben om weer verder te slapen.

Dit betekent niet dat je baby je “gebruikt” of dat je het verkeerd hebt gedaan. Veel jonge baby’s hebben hulp nodig bij het inslapen, zeker in de eerste maanden. Rond 4-12 maanden kun je, als je dat wilt, wel stapje voor stapje toewerken naar meer zelfstandigheid. Dat hoeft niet in één keer, en ook niet met veel huilen. Kleine aanpassingen in de manier waarop je helpt, kunnen al verschil maken.

Voor sommige gezinnen is het prettig om met een zachte vorm van baby leren slapen te werken, waarbij je je baby ondersteunt maar wel meer eigen initiatief geeft. Denk aan hem iets slaperiger maar nog wakker in bed leggen, of de hulp die je biedt in kleine stapjes afbouwen. Het doel is dat je baby leert: ik kan ook zelf de overgang naar slaap maken, terwijl jij als ouder beschikbaar blijft.

Zacht en responsief: waarom huilen begrenzen zo belangrijk is

Bij slaapregressie 10 maanden zie je vaak meer protest en huilen rond bedtijd. Kinderen lang laten huilen is nooit gewenst. Huilen is voor een baby de belangrijkste manier om te communiceren. Als je baby huilt, probeert hij je iets duidelijk te maken: vermoeidheid, spanning, behoefte aan nabijheid of ongemak. Daar responsief op reageren is belangrijk voor een veilige hechting.

Er bestaan methoden waarbij je je baby langere tijd laat huilen zonder troost (vaak cry-out genoemd). Deze worden hier niet uitgewerkt en niet aangeraden. Zeker bij baby’s tussen 4 en 12 maanden kan langdurig huilen veel stress geven, bij kind én ouder. Als je merkt dat een aanpak structureel tot veel huilen leidt, is dat een signaal dat deze methode niet past bij jullie.

Sommige ouders overwegen een vorm van gecontroleerd troosten of controlled crying als laatste redmiddel. Als je zoiets overweegt, doe dit dan alleen in korte intervallen van maximaal 2-3 minuten, met veel aandacht voor de signalen van je baby. Stop direct bij excessief huilen, paniek of als je gevoel zegt dat het niet klopt. Vaak zijn er mildere, meer geleidelijke methoden mogelijk, zoals de pick up put down methode of de waiting approach methode.

7 zachte stappen om met slaapregressie 10 maanden om te gaan

Je kunt slaapregressie 10 maanden niet volledig voorkomen, omdat het zo sterk samenhangt met ontwikkeling. Wel kun je de impact verzachten en je baby helpen om weer in een rustiger ritme te komen. Hieronder zeven zachte stappen die je kunt aanpassen aan jullie gezin.

  1. Versterk een voorspelbaar slaapritueel

Een rustig, herhaalbaar slaapritueel helpt je baby om te schakelen van actief naar ontspannen. Denk aan een vaste volgorde: spelen, opruimen, badje of washandje, pyjama, slaapzak, boekje, liedje, knuffel en naar bed. Het hoeft niet lang te duren; 15-30 minuten is vaak genoeg.

Door elke avond ongeveer hetzelfde te doen, leert je baby de signalen herkennen: nu komt de nacht. Zeker rond 10 maanden, als de wereld zo spannend is, geeft dat houvast. Ook voor dutjes kun je een korter ritueeltje gebruiken, bijvoorbeeld alleen een liedje, gordijnen dicht en knuffel. Probeer schermen en druk spel vlak voor het slapen te vermijden, zodat je baby niet overprikkeld in bed komt.

  1. Check het dagritme en de wakkertijden

Oververmoeidheid is een grote versterker van slaapregressie. Als een baby te lang wakker blijft tussen dutjes, raakt het lijfje in een soort “overdrive”, waardoor inslapen moeilijker wordt en de nacht onrustiger. Tegelijk kan te kort wakker zijn ook onrust geven, omdat je baby nog niet moe genoeg is.

Rond 10 maanden hebben veel baby’s ongeveer twee dutjes nodig en wakkertijden van grofweg 2,5 tot 3,5 uur. Dit is geen vaste regel, maar een richtlijn. Kijk vooral naar je kind: gaapjes, wegkijken, jengelen en drukker worden kunnen tekenen van moeheid zijn. Als je baby structureel heel vroeg wakker wordt, kan het helpen om te kijken naar de verdeling van slaap over de dag, zoals beschreven bij te vroeg wakker.

  1. Help bij inslapen, maar bouw hulp heel geleidelijk af

Als je baby gewend is om volledig in slaap gewiegd of gevoed te worden, kun je stap voor stap wat meer eigen initiatief introduceren. Bijvoorbeeld door eerst te wiegen tot je baby bijna slaapt en dan neer te leggen, terwijl je nog even een hand op de rug houdt. Na een paar dagen kun je proberen iets eerder neer te leggen, zodat je baby een klein stukje zelf doet.

Een methode die hierbij kan helpen is de put down put down methode, waarbij je je baby neerlegt als hij slaperig is en weer oppakt als hij onrustig wordt, zonder hem lang te laten huilen. Het vraagt geduld en herhaling, maar veel ouders merken dat hun kind zo stapje voor stapje leert dat het bedje een veilige plek is om in slaap te vallen.

  1. Bied nabijheid bij separatieangst

Rond 8-11 maanden is het normaal dat je baby meer huilt als je de kamer verlaat. Bij slaapregressie 10 maanden kan dit extra sterk zijn. Het kan helpen om overdag veel te oefenen met korte momentjes van weg zijn en weer terugkomen, bijvoorbeeld bij verstopspelletjes of even naar een andere kamer lopen en terugkomen terwijl je blijft praten.

’s Avonds kun je kiezen voor een benadering waarbij je in de buurt blijft terwijl je baby in slaap valt. De chair methode is daar een voorbeeld van: je zit op een stoel naast het bedje en schuift die in de loop van dagen of weken steeds iets verder weg. Ook hierbij geldt: stop direct als je baby duidelijk in paniek raakt of langdurig huilt. Dan is de stap te groot en is meer nabijheid nodig.

  1. Let op een veilige slaapomgeving

Juist als je baby zich gaat optrekken en staan in het bedje, is veiligheid extra belangrijk. Zorg dat het matras op de laagste stand staat en dat er geen kussens, dekbedden of grote knuffels in het bed liggen. Een goed passende slaapzak is een veilige manier om je baby warm te houden; meer informatie vind je bij baby in slaapzak.

Controleer of de slaapzak past bij de lengte en het gewicht van je baby en of hij er niet in kan wegzakken. Als je baby veel draait en beweegt in bed, kan het artikel over een baby draait in bed met slaapzak helpen om praktische oplossingen te vinden. Blijf ook letten op algemene adviezen rond veilig slapen en het verminderen van risico’s, zoals beschreven bij wiegendood voorkomen.

  1. Houd rekening met eerdere slaapgewoonten, zoals inbakeren

Als je baby eerder is ingebakerd en je hebt dat onlangs afgebouwd, kan dat rond 10 maanden nog invloed hebben op het slapen. Sommige kinderen hebben tijd nodig om te wennen aan slapen met vrije armpjes. Onrustig bewegen, vaker wakker worden of zich moeilijk kunnen overgeven aan slaap zijn dan logisch.

Als je nog in de fase zit van inbakeren afbouwen of twijfelt of je te vroeg of te laat bent gestopt, kan het helpen om nog eens naar de timing en de manier van afbouwen te kijken. Rondrollen is een duidelijke grens en reden om te stoppen, zoals ook besproken wordt bij tot wanneer inbakeren. Een goed passende slaapzak kan een fijne tussenstap zijn na het inbakeren; meer over timing lees je bij vanaf wanneer baby in slaapzak.

  1. Zorg ook voor jezelf en vraag hulp waar nodig

Slaapregressie 10 maanden is zwaar voor ouders. Structureel gebroken nachten kunnen je stemming, geduld en concentratie beïnvloeden. Het is normaal als je je soms machteloos voelt of twijfelt aan jezelf. Probeer kleine momenten van herstel in te bouwen: om de beurt een nachtje extra slapen, een dutje overdag als dat lukt, of hulp vragen aan familie.

Als je merkt dat jullie er samen niet uitkomen, kan het helpen om met een professional mee te kijken. Een overzicht van gespecialiseerde slaapcoaches kan je helpen iemand te vinden die past bij jullie opvoedstijl en de leeftijd van je kind. Blijf alert op je eigen grenzen: als je merkt dat je sneller boos wordt, veel piekert of somber bent, bespreek dat dan met de huisarts of het consultatiebureau.

Wanneer is extra alertheid of medische check nodig?

Hoewel slaapregressie 10 maanden meestal een normale ontwikkelingsfase is, is het belangrijk om alert te blijven. Als je baby ineens heel anders slaapt én er andere signalen bijkomen, kan er meer aan de hand zijn. Denk aan duidelijk ziek zijn, hoge koorts, veel spugen, slecht drinken, sufheid of extreem veel huilen dat niet te troosten is.

Twijfel je of het nog binnen “normaal” valt, of maak je je zorgen over de gezondheid of ontwikkeling van je kind, neem dan altijd contact op met het consultatiebureau of de huisarts. Zij kunnen beoordelen of er aanvullend onderzoek nodig is en met je meedenken over vervolgstappen. Als je baby bijvoorbeeld hoge koorts heeft in combinatie met doorkomende tandjes, kan een artikel als baby 39 graden koorts tandjes je helpen om beter in te schatten wanneer je moet bellen, maar vervangt dit nooit professioneel medisch advies.

Ook als je baby al langere tijd erg onrustig slaapt, overdag heel prikkelbaar is of je het gevoel hebt dat je alles hebt geprobeerd zonder resultaat, is het verstandig om dit te bespreken. Je hoeft het niet alleen te doen. Soms is een kleine aanpassing in ritme, voeding of aanpak al genoeg, soms is uitgebreider advies nodig.

Conclusie

Slaapregressie 10 maanden is een veelvoorkomende fase waarin het slapen tijdelijk onrustiger wordt, vaak juist omdat je baby grote sprongen maakt in zijn motorische en emotionele ontwikkeling. Meer wakker worden, protest bij het naar bed gaan en kortere dutjes horen daar vaak bij. Het betekent meestal niet dat er iets mis is, maar wel dat je kind extra ondersteuning en voorspelbaarheid nodig heeft.

Door te letten op een passend dagritme, een rustig slaapritueel, zachte manieren van inslaaphulp en een veilige slaapomgeving kun je de impact van deze fase verminderen. Responsief omgaan met huilen, je eigen grenzen bewaken en op tijd hulp inschakelen als je vastloopt, zijn minstens zo belangrijk. Uiteindelijk groeit de meeste slaapregressie weer voorbij en vindt je baby, met jouw hulp, zijn weg naar een stabieler slaappatroon.

Veelgestelde vragen

Slaapregressie 10 maanden kan al rond 8-9 maanden starten en tot ongeveer 11-12 maanden doorlopen. Bij de ene baby duurt het maar een paar dagen, bij de andere enkele weken. Let vooral op de algemene ontwikkeling en het functioneren overdag.

Bij een gewone regressie zie je vooral veranderd slaapgedrag, maar is je baby overdag meestal redelijk alert en zichzelf. Bij twijfel, of bij signalen als hoge koorts, sufheid, slecht drinken of extreem ontroostbaar huilen, is het belangrijk om contact op te nemen met het consultatiebureau of de huisarts.

Begin met een voorspelbaar ritueel en let op passende wakkertijden. Leg je baby slaperig maar nog wakker in bed en bied nabijheid met je stem, aanraking of korte oppakmomenten. Zachte methoden zoals de waiting approach methode kunnen helpen om stapje voor stapje meer zelfstandigheid op te bouwen.

Veel ouders zien binnen 1 tot 3 weken geleidelijk verbetering als ze consequent een rustig ritme en voorspelbare aanpak volgen. Soms gaat het in golfjes: een paar betere nachten, dan weer een terugval. Blijf kijken naar de ontwikkeling over een langere periode, niet alleen naar één nacht.

Stop direct als je baby excessief huilt of duidelijk in paniek raakt; dan is de stap te groot of de methode past niet bij jullie. Kies voor een mildere aanpak met meer nabijheid, zoals de pick up put down methode, of stel slaaptraining tijdelijk uit. Blijf responsief en overleg met het consultatiebureau als je twijfelt.

Redactie Slaapcoachvinden.nl

Redactie Slaapcoachvinden.nl

Delen:

Hulp nodig bij slaapproblemen?

Vind een gekwalificeerde slaapcoach in jouw buurt en verbeter je slaapkwaliteit.

Gerelateerde slaaptips

Interessante slaaptips

Ontdek meer waardevolle tips en inzichten over slaap en welzijn

Uitgelichte slaapcoaches

Ontdek gekwalificeerde slaapcoaches die je kunnen helpen