Slaapregressies
14 december 2025
13 min lezen
Slaapregressie 5 maanden bij baby van 5 maanden die onrustig in een veilig ledikant ligt

Slaapregressie 5 maanden: wat nu en wat helpt?

Slaapregressie 5 maanden betekent meestal dat je baby ineens slechter slaapt rond deze leeftijd, terwijl het daarvoor best goed ging. Het is geen officiële diagnose, maar een herkenbaar patroon dat veel ouders zien in de periode van 4 tot 6 maanden.

Veel ouders schrikken van deze fase. Nachten worden weer onrustig, dutjes kort, en je hebt het gevoel dat je helemaal terug bij af bent. Dat kan zwaar voelen, zeker als je net dacht dat er wat meer regelmaat in kwam.

In dit artikel lees je wat slaapregressie rond 5 maanden precies is, welke oorzaken een rol spelen en vooral: wat jij concreet kunt doen. Je krijgt praktische, zachte strategieën voor baby's van 4 tot 12 maanden, met aandacht voor minimale tranen en maximale nabijheid.

Wat is slaapregressie rond 5 maanden precies?

Slaapregressie 5 maanden is een term die ouders gebruiken voor een periode waarin een baby rond 4 à 6 maanden ineens slechter gaat slapen. Een baby die eerst redelijk lange blokken sliep, wordt weer vaker wakker, heeft meer hulp nodig bij het inslapen of wordt heel vroeg wakker. Het voelt dan alsof de slaap "achteruit" gaat.

In werkelijkheid is het vaak juist een teken van ontwikkeling. Rond deze leeftijd verandert het slaappatroon van je baby. De slaap wordt meer opgedeeld in verschillende slaapfases, net als bij volwassenen. Daardoor wordt je baby gevoeliger voor prikkels en overgangen tussen de slaapcycli. Waar je baby eerder vaak van voeding naar diepe slaap zakte, moet hij nu leren om die overgangen zelf te maken.

Veel ouders merken ook dat hun baby overdag alerter is, meer wil oefenen met rollen of brabbelen en sneller afgeleid is tijdens het drinken. Al die nieuwe indrukken kunnen de slaap tijdelijk verstoren. Het is dus geen fout in de opvoeding, maar een fase waarin je baby nieuwe vaardigheden ontwikkelt en jouw steun extra hard nodig heeft.

Signalen van slaapregressie rond 5 maanden (en wat normaal is)

De meest voorkomende signalen van slaapregressie rond 5 maanden zijn vrij herkenbaar. Je ziet bijvoorbeeld dat je baby langer nodig heeft om in slaap te vallen, terwijl dat eerder soepeler ging. Ook kan je baby vaker huilend wakker worden, zowel overdag als 's nachts, terwijl er geen duidelijke reden lijkt te zijn. Sommige baby's worden ineens weer ieder anderhalf tot twee uur wakker.

Ook overdag verandert er vaak iets. Dutjes worden korter, bijvoorbeeld maar 30 tot 40 minuten, waardoor je baby sneller moe en prikkelbaar is. Soms lukt het niet meer om je baby in bed te leggen als hij nog wakker is, terwijl dat eerst wel ging. Hij protesteert, draait zich om, of lijkt meteen klaarwakker als je hem neerlegt. Dat kan je het gevoel geven dat je niets meer goed kunt doen.

Belangrijk om te weten: schommelingen in slaap zijn normaal in het eerste levensjaar. Er is een brede bandbreedte van wat "normaal" is. Zolang je baby goed groeit, voldoende natte luiers heeft en overdag ook momenten heeft waarop hij tevreden is, past dit vaak binnen normale ontwikkeling. Maak je je zorgen over gezondheid, pijn, koorts, ademhaling of extreem huilen, neem dan altijd contact op met het consultatiebureau of de huisarts.

Oorzaken: waarom ontstaat slaapregressie rond 5 maanden?

Slaapregressie 5 maanden hangt bijna altijd samen met een combinatie van ontwikkeling, slaaprijping en soms veranderingen in de dag. Rond 4 tot 6 maanden wordt het slaappatroon van je baby volwassener. De slaap bestaat dan uit lichter en dieper slapen, met duidelijke slaapcycli van ongeveer 40 tot 50 minuten. Aan het einde van zo'n cyclus wordt je baby even oppervlakkig wakker en heeft hij soms hulp nodig om weer verder te slapen.

Daarnaast leert je baby in deze fase vaak nieuwe motorische vaardigheden. Rollen, hoofd optillen, met de benen trappelen, misschien al een beetje draaien in bed. Al dat oefenen is vermoeiend, maar ook heel spannend. Sommige baby's worden 's nachts wakker om te oefenen, of kunnen niet goed meer ontspannen omdat hun lijfje "aan" blijft staan. Dat zie je bijvoorbeeld als je baby in bed direct weer rolt of wiebelt.

Ook sociale en emotionele ontwikkeling speelt mee. Baby's worden alerter op gezichten, stemmen en scheiding van hun ouders. Ze kunnen sterker reageren als jij wegloopt bij het inslapen en meer behoefte hebben aan nabijheid. Tegelijk verandert vaak de voeding: sommige baby's drinken minder geconcentreerd overdag door afleiding, waardoor ze 's nachts meer willen drinken. Al deze factoren samen kunnen de slaap tijdelijk flink verstoren.

Slaapregressie 5 maanden in de context van 4–12 maanden

Hoewel de term specifiek klinkt, past slaapregressie 5 maanden in een bredere periode van veranderende slaap tussen 4 en 12 maanden. Rond 4 maanden merken veel ouders al een eerste duidelijke omslag in het slaappatroon, soms ook wel een sprong genoemd. Daarna volgen nog meerdere fases waarin slaap tijdelijk onrustiger kan zijn, bijvoorbeeld rond 7 tot 9 maanden door nieuwe motorische mijlpalen en separatieangst.

Dat betekent dat je niet altijd precies één duidelijke regressie op 5 maanden ziet. Bij sommige baby's begint het al op 4 maanden, bij anderen pas rond 6 maanden. Ook kan een baby die rond 5 maanden een lastige fase had, later opnieuw een periode hebben waarin slapen lastiger gaat, bijvoorbeeld rond de bekende 8 maanden sprong of bij weer een nieuwe ontwikkeling.

Voor jou als ouder is het helpend om te kijken naar patronen over een paar weken, in plaats van naar een paar losse nachten. Slaap is in deze leeftijdsgroep nu eenmaal nog kwetsbaar. Door een aantal basisprincipes rondom ritme, slaapomgeving en jouw manier van troosten consequent toe te passen, kun je de golven wel verzachten en je baby stap voor stap helpen om meer zelfvertrouwen in slapen op te bouwen.

Realistische verwachtingen: hoeveel slaap heeft een baby van 4–12 maanden nodig?

Om slaapregressie 5 maanden goed te kunnen plaatsen, helpt het om realistische verwachtingen te hebben. Baby's tussen 4 en 12 maanden hebben gemiddeld veel slaap nodig, maar de verdeling over dag en nacht verschilt sterk per kind. Sommige baby's slapen langere blokken 's nachts en korter overdag, terwijl anderen juist nog meer dutjes doen en 's nachts vaker wakker zijn.

Belangrijker dan de exacte aantallen uren is het totaalplaatje: oogt je baby overdag meestal alert en tevreden, met momenten van spelen en contact? Kan hij tussen de dutjes door even wakker zijn zonder meteen te overprikkeld of oververmoeid te raken? Dan zit je vaak in de goede richting, ook als de nachten nog niet zijn zoals je zou wensen. Een baby hoeft in deze leeftijdsgroep nog niet door te slapen om gezond te zijn.

Veel ouders voelen druk vanuit hun omgeving dat een baby van 5 maanden "al lang moet doorslapen". Dat kan je onzeker maken, zeker in een periode van slaapregressie. Het helpt om te weten dat nachtvoedingen in deze leeftijd nog heel normaal zijn en dat zelfstandig inslapen een vaardigheid is die zich geleidelijk ontwikkelt. Je kunt die ontwikkeling wel ondersteunen met zachte, voorspelbare routines.

Basis leggen: ritme, slaapomgeving en voorspelbaar slaapritueel

Een rustige basis helpt je baby om beter met een slaapregressie 5 maanden om te gaan. Een vast dagritme met redelijk voorspelbare tijden voor dutjes en bedtijd geeft het lijfje van je baby houvast. Dat hoeft niet op de minuut precies, maar wel in blokken: bijvoorbeeld wakker worden, spelen, voeding, even rustig contact en dan naar bed. Zo leert je baby dat slapen een terugkerend onderdeel van de dag is.

Een veilige en prikkelarme slaapomgeving ondersteunt dit. Een eigen wieg of ledikant met een stevig matras, geen losse dekens of kussens en een kamer die niet te warm is. Veel ouders merken dat hun baby rustiger slaapt in een slaapzak in plaats van onder een dekentje. Twijfel je over het juiste moment, dan kan informatie over vanaf wanneer een baby in een slaapzak kan helpen bij je keuze.

Daarnaast is een kort en voorspelbaar slaapritueel erg waardevol. Denk aan dezelfde volgorde van handelingen: luier verschonen, pyjama aan, slaapzak aan, licht dimmen, misschien een kort liedje of versje, knuffel en dan naar bed. Door dit elke keer op dezelfde manier te doen, krijgt je baby een duidelijke slaapassociatie: na dit ritueel volgt slapen. Dat maakt de overgang naar bed rustiger, ook in een onrustige fase.

Zachte manieren om je baby te helpen inslapen (met zo min mogelijk huilen)

Bij slaapregressie 5 maanden zoeken veel ouders naar manieren om hun baby te helpen inslapen zonder veel huilen. Een belangrijke basis is responsiviteit: je reageert op de signalen van je baby, troost bij onrust en probeert samen te zoeken naar wat werkt. Kinderen lang laten huilen is nooit gewenst. Huilen is een vorm van communicatie en verdient altijd aandacht.

Je kunt wel stap voor stap oefenen met iets meer zelfstandigheid, zolang je baby zich veilig voelt. Een voorbeeld is de pick up put down methode. Daarbij troost je je baby in je armen als hij huilt, en leg je hem weer neer zodra hij rustiger is. Gaat hij opnieuw huilen, dan pak je hem weer op. Dit vraagt geduld, maar voor sommige ouders is het een fijne tussenweg tussen direct in slaap voeden of wiegen en volledig zelfstandig inslapen.

Ook de waiting approach methode kan helpen: je wacht een korte, haalbare periode als je baby wat moppergeluidjes maakt, om te zien of hij zelf weer tot rust komt. Wordt het huilen duidelijker of heftig, dan ga je er direct naartoe om te troosten. Stop altijd direct als je merkt dat het huilen toeneemt of overstuur klinkt. Het doel is nooit om je baby te laten huilen, maar om kleine kansen te bieden om zelf in slaap te sukkelen, terwijl jij dichtbij blijft.

Over huilmethoden: waarom voorzichtigheid zo belangrijk is

Rond slaapregressie 5 maanden komen ouders vaak in aanraking met adviezen over huilmethoden. Sommige benaderingen, zoals de zogenoemde cry-out of varianten daarvan, houden in dat je je baby langere tijd laat huilen zonder te reageren. Dit soort methoden zijn voor jonge baby's niet passend en worden hier nadrukkelijk niet aangeraden. Kinderen lang laten huilen is nooit gewenst en kan voor zowel baby als ouders erg belastend zijn.

Er bestaan ook meer gestructureerde methoden met korte wachttijden, zoals varianten van gecontroleerd troosten. Voor baby's tussen 4 en 12 maanden kunnen sommige ouders overwegen om met heel korte intervallen te werken, maar alleen als laatste stap, als mildere methoden echt niet helpen en de situatie thuis vastloopt. Ook dan is het belangrijk om wachttijden kort te houden, goed naar je gevoel te luisteren en direct te stoppen bij excessief huilen of als je baby overstuur klinkt.

Veel gezinnen hebben meer baat bij geleidelijke methoden zoals de chair methode, waarbij je als ouder in de buurt blijft en stap voor stap wat meer afstand neemt, of bij technieken om je baby te leren slapen met veel nabijheid. Welke aanpak je ook kiest, het belangrijkste is dat het voor jou veilig en haalbaar voelt en dat je de signalen van je baby volgt. Twijfel je, overleg dan met het consultatiebureau of een professional.

Slaapregressie 5 maanden en inslapen aan de borst of fles

Veel baby's van 4 tot 12 maanden vallen nog graag in slaap aan de borst of fles. Dat is op zichzelf niet verkeerd. Voeden is een moment van nabijheid en ontspanning. Bij slaapregressie 5 maanden kan het echter gebeuren dat je baby bij elke nachtelijke wakker-word-fase opnieuw voeding nodig lijkt te hebben om weer in slaap te vallen, ook als hij overdag goed drinkt.

Je kunt dan langzaam gaan oefenen met het loskoppelen van voeding en slapen. Bijvoorbeeld door je baby iets eerder in het ritueel te voeden, zodat er nog een kort rustig moment volgt (liedje, knuffel, even wiegen) voor je hem in bed legt. Sommige ouders vinden het prettig om hun baby slaperig maar nog net wakker neer te leggen, zodat hij het laatste stukje zelf doet, terwijl jij ernaast bent om te troosten als dat nodig is.

Merk je dat je baby erg overstuur raakt als je dit probeert, ga dan een stapje terug. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met alleen de eerste avondvoeding iets los te koppelen van inslapen en de rest van de nacht nog even laten zoals het is. Kleine, haalbare aanpassingen werken vaak beter dan rigoureuze veranderingen, zeker in een fase waarin je baby al extra gevoelig is.

Omgaan met nachtelijk wakker worden en vroeg wakker zijn

Bij slaapregressie 5 maanden zie je vaak dat baby's 's nachts vaker wakker worden of juist heel vroeg de dag willen starten. Bij nachtelijk wakker worden helpt het om eerst kort te observeren. Moppergeluidjes of even draaien hoeven niet altijd direct jouw hulp te vragen. Hoor je duidelijk huilen of merk je dat je baby je nodig heeft, reageer dan rustig en voorspelbaar.

Probeer 's nachts zo weinig mogelijk prikkels toe te voegen: gedempt licht, weinig praten, geen speelmoment. Zo blijft het verschil tussen dag en nacht duidelijk. Heeft je baby nog nachtvoedingen nodig, houd die dan rustig en kort. Sommige ouders merken dat hun baby na een periode van slaapregressie geleidelijk langere slaapblokken gaat maken als de dagen wat stabieler zijn.

Wordt je baby structureel erg vroeg wakker, bijvoorbeeld rond vijf uur, dan kan dat samenhangen met te vroege bedtijd, te lange of juist te korte dutjes, of veel prikkels in de vroege ochtend. Informatie over een baby die te vroeg wakker wordt, kan helpen om naar het hele dagritme te kijken en kleine aanpassingen te doen, zoals dutjes iets verschuiven of de kamer beter verduisteren.

Veilig slapen tijdens een slaapregressie

Ook tijdens slaapregressie 5 maanden blijft veilig slapen het belangrijkste uitgangspunt. Omdat je baby rond deze leeftijd vaak meer gaat bewegen, rollen en draaien in bed, is het extra belangrijk dat de slaapomgeving daarop is ingericht. Een stevig matras, geen kussens, geen dikke dekbedden, geen losse knuffels of bumpers in het bedje.

Als je baby begint te rollen, is het goed om stil te staan bij inbakeren. Voor baby's die rollen is inbakeren niet meer veilig. Twijfel je, dan kun je kijken naar informatie over wanneer stoppen met inbakeren of inbakeren afbouwen en zo stap voor stap overstappen naar een slaapzak. Dat geeft bewegingsvrijheid, terwijl je baby zich toch geborgen kan voelen.

Sommige ouders kiezen in onrustige fases voor samen slapen. Als je overweegt om je baby in jouw bed te laten slapen, is het belangrijk om goed op de veiligheidsadviezen te letten voor veilig slapen met je baby in bed. Let ook op factoren die het risico op wiegendood verhogen en informeer je over manieren om wiegendood te voorkomen. Bij twijfel kun je altijd overleggen met het consultatiebureau.

Wanneer extra hulp inschakelen bij een slaapregressie rond 5 maanden?

Soms voelt slaapregressie 5 maanden als meer dan een fase. Bijvoorbeeld als je zelf uitgeput raakt, je relatie onder druk komt te staan of je merkt dat je overdag nauwelijks nog kunt functioneren. In dat geval is het belangrijk om hulp te zoeken. Niet omdat je het verkeerd doet, maar omdat je dit niet alleen hoeft te dragen.

Je kunt altijd terecht bij het consultatiebureau om mee te denken over ritme, voeding en slaap. Maak je je zorgen over de gezondheid van je baby, bijvoorbeeld door koorts, benauwdheid, veel spugen, weinig drinken of extreem huilen, neem dan contact op met de huisarts. Medische oorzaken moeten altijd eerst uitgesloten worden voordat je verder met slaap aan de slag gaat.

Voor ouders die merken dat ze behoefte hebben aan meer persoonlijke begeleiding bij het verbeteren van de slaap, kan het fijn zijn om te kijken naar beschikbare slaapcoaches. Een professional kan meekijken naar jullie specifieke situatie, leeftijd, karakter van je kind en jullie opvoedstijl, en samen met jullie een plan maken dat past bij jullie gezin.

Samenvatting: zo kijk je naar slaapregressie rond 5 maanden

Slaapregressie 5 maanden is geen officiële diagnose, maar een herkenbare fase waarin de slaap van veel baby's tijdelijk onrustiger wordt. Het hangt samen met normale ontwikkeling: rijping van het slaappatroon, nieuwe motorische vaardigheden en een toenemende behoefte aan contact en voorspelbaarheid. Dat kan zich uiten in kortere dutjes, vaker wakker worden 's nachts en meer protest bij het naar bed gaan.

Je kunt deze fase ondersteunen door te focussen op een rustig dagritme, een veilige en voorspelbare slaapomgeving en een vast slaapritueel. Zachte, responsieve methoden met veel nabijheid en minimale tranen helpen je baby om stap voor stap meer vertrouwen in slapen op te bouwen. Huilmethoden waarbij je je baby lang laat huilen zijn niet wenselijk, zeker niet op deze leeftijd.

Blijf goed naar jezelf en je baby kijken. Als je merkt dat je uitgeput raakt, je zorgen maakt of het gevoel hebt dat je vastloopt, is het belangrijk om hulp te zoeken. Je hoeft het niet alleen te doen. Met steun, tijd en kleine, haalbare stappen vinden veel gezinnen uiteindelijk weer een nieuw evenwicht in de slaap van hun baby.

Veelgestelde vragen

Je kunt al vanaf ongeveer 4 maanden beginnen met zachte, voorspelbare routines en een duidelijk slaapritueel. Wacht niet tot de slaap volledig ontregeld is, maar bouw stap voor stap een ritme op dat past bij jouw baby. Kleine aanpassingen kunnen al helpen om een regressie milder te laten verlopen.

Bij een slaapregressie zie je vooral veranderingen in slaap, terwijl je baby verder meestal goed drinkt, groeit en ook tevreden momenten heeft. Zie je signalen als koorts, kreunen bij ademhalen, erg weinig natte luiers, veel spugen of ontroostbaar huilen, neem dan contact op met huisarts of consultatiebureau om mee te laten kijken.

Begin met een vast slaapritueel en zorg dat je baby niet oververmoeid naar bed gaat. Leg hem af en toe slaperig maar nog net wakker neer, terwijl jij ernaast blijft om te troosten of zachtjes te wiegen in bed. Je kunt rustige methoden zoals de put down put down methode of de chair-methode gebruiken als je merkt dat je baby daar goed op reageert.

Bij veel baby's zie je dat de heftigste fase na een paar weken weer afneemt, vooral als er een rustig ritme en duidelijke routines zijn. Soms blijft de slaap daarna wisselend, bijvoorbeeld door nieuwe mijlpalen, maar vaak wordt het geleidelijk stabieler. Blijft de situatie na enkele weken erg zwaar, zoek dan hulp om mee te kijken.

Kijk eerst of je de basis op orde hebt: dagritme, slaapomgeving, voorspelbaar ritueel en voldoende rustmomenten. Helpt dat onvoldoende en merk je dat je zelf over je grenzen gaat, dan is het verstandig om ondersteuning te zoeken, bijvoorbeeld via het consultatiebureau of een professional die ervaring heeft met slaap bij baby's.

Redactie Slaapcoachvinden.nl

Redactie Slaapcoachvinden.nl

Delen:

Hulp nodig bij slaapproblemen?

Vind een gekwalificeerde slaapcoach in jouw buurt en verbeter je slaapkwaliteit.

Gerelateerde slaaptips

Interessante slaaptips

Ontdek meer waardevolle tips en inzichten over slaap en welzijn

Uitgelichte slaapcoaches

Ontdek gekwalificeerde slaapcoaches die je kunnen helpen