Slaapregressie 20 maanden: wat nu en 7 rustige tips
Slaapregressie 20 maanden betekent dat je dreumes ineens slechter slaapt, vaker wakker wordt of niet meer wil gaan slapen, terwijl het eerder beter ging. Het voelt vaak alsof je terug bij af bent, maar meestal is het een tijdelijke fase die samenhangt met ontwikkeling.
Voor veel ouders is deze periode zwaar: je kind is overdag druk, eigenwijs en ondernemend, en ’s nachts lijkt de energie oneindig. Je bent moe, misschien prikkelbaar, en je vraagt je af of je iets verkeerd doet of dat er meer aan de hand is.
In dit artikel lees je wat er achter een slaapregressie rond 20 maanden kan zitten, hoe je het herkent, wat je wél en beter niet kunt doen, en hoe je stap voor stap naar meer rust toewerkt, met zachte, respectvolle methoden en zonder je kind lang te laten huilen.
Wat is slaapregressie rond 20 maanden precies?
Slaapregressie 20 maanden is geen officiële diagnose, maar een praktische term voor een periode waarin de slaap tijdelijk achteruitgaat bij een kind dat eerder redelijk stabiel sliep. Je ziet vaak dat je dreumes moeilijker inslaapt, vaker wakker wordt of ineens veel protesteert bij bedtijd. Dit kan een paar dagen tot enkele weken duren, en hangt vaak samen met grote stappen in de ontwikkeling.
Rond 20 maanden maken veel kinderen een sprong in taal, fantasie en zelfstandigheid. Ze begrijpen meer, hebben een sterkere wil en merken dat ze invloed kunnen uitoefenen door “nee” te zeggen, te roepen of uit bed te willen. Die groei is prachtig, maar kan de slaap flink verstoren. Je kind heeft meer prikkels te verwerken en kan meer last krijgen van separatieangst: het besef dat jij weggaat, voelt ineens spannender.
Belangrijk is om te beseffen dat slaapregressie 20 maanden meestal een fase is, geen blijvende terugval. Dat betekent niet dat je alleen maar hoeft af te wachten; je kunt juist met kleine aanpassingen veel rust brengen. Tegelijk is het goed alert te blijven op signalen dat er misschien méér speelt, zoals pijn, ziekte of structureel extreem weinig slaap. Bij twijfel is het verstandig je huisarts of consultatiebureau te raadplegen.
Typische signalen van slaapregressie bij 20 maanden
De signalen van een slaapregressie 20 maanden kunnen per kind verschillen, maar er zijn een aantal herkenbare patronen. Een veelvoorkomend signaal is plotseling hevig protest bij bedtijd, terwijl je dreumes eerder redelijk makkelijk naar bed ging. Je ziet bijvoorbeeld dat je kind gaat huilen zodra je de slaapkamer inloopt, zich vastklampt of ineens alles wil rekken: nog een boekje, nog een knuffel, nog een slok water.
Ook ’s nachts merk je vaak verandering. Kinderen kunnen vaker wakker worden, je roepen, uit bed willen of alleen nog maar bij jou in slaap vallen. Soms lijkt je kind klaarwakker en wil spelen, soms is het duidelijk overstuur. Overdag zie je dan vaak meer hangerigheid, kort lontje, snel boos of huilen om kleine dingen. Dit komt niet alleen door de ontwikkeling, maar ook door slaaptekort dat zich opstapelt.
Daarnaast kan het dutje overdag onder druk komen te staan. Rond deze leeftijd zitten veel kinderen in de overgang naar één dutje, of doen ze dat ene dutje korter. Bij een slaapregressie zie je soms dat je dreumes het dutje weigert, te laat of te lang slaapt, waardoor de bedtijd weer opschuift en de hele dagstructuur uit balans raakt. Het is dan de kunst om met kleine aanpassingen de dag weer in een rustiger ritme te krijgen, zonder te streng of rigide te worden.
Oorzaken: waarom juist rond 20 maanden zo’n dip in slaap?
Dat juist rond 20 maanden een slaapregressie optreedt, heeft veel te maken met ontwikkeling op meerdere gebieden. Cognitief gaat er enorm veel gebeuren: je kind begrijpt meer taal, kan beter verbanden leggen en onthoudt gebeurtenissen van de dag. Dat betekent ook dat indrukken langer blijven hangen, en dat je dreumes in bed ineens “gaat nadenken” over alles wat er is gebeurd. Dat kan onrust geven bij het inslapen of nachtelijke wakker momenten.
Emotioneel speelt separatieangst opnieuw op. Je kind begrijpt nu beter dat jij weggaat, maar nog niet goed dat je altijd weer terugkomt. Dat kan ervoor zorgen dat naar bed gaan voelt als een definitief afscheid, zeker als de dag druk was of jullie weinig één-op-één momenten hadden. Je ziet dan dat je kind meer behoefte heeft aan nabijheid, knuffels en herhaling van het bedritueel.
Ook motorisch en sociaal gebeurt er veel: klimmen, rennen, meer samenspelen en grenzen testen. Dat kan leiden tot kleine conflicten overdag, die ’s avonds “terugkomen” in de vorm van onrust of strijd. Tegelijk kan je kind meer zelf willen bepalen: zelf de lamp aandoen, zelf naar de slaapkamer lopen, zelf het boekje kiezen. Als die behoefte aan autonomie botst met jouw behoefte aan een vlotte bedtijd, ontstaat snel spanning. Een deel van de aanpak bij slaapregressie 20 maanden gaat daarom over het geven van begrensde keuzevrijheid.
Dagritme en dutjes: de basis op orde krijgen
Een passend dagritme is één van de belangrijkste pijlers om een slaapregressie 20 maanden op te vangen. De meeste kinderen van deze leeftijd zitten op één dutje overdag, meestal ergens tussen de late ochtend en vroege middag. Als het dutje te laat of te lang is, kan je dreumes ’s avonds niet moe genoeg zijn, waardoor inslapen moeilijk wordt. Is het dutje te kort of valt het helemaal weg, dan raakt je kind oververmoeid en wordt inslapen óók lastiger.
Kijk eerst naar het totaal aantal uren slaap in etmaal. Veel kinderen van 1,5 tot 2 jaar hebben nog rond de 11 tot 14 uur slaap per dag nodig, verdeeld over nacht en dutje. Zit jouw kind structureel veel lager, dan is het zinvol om stap voor stap meer rustmomenten in te bouwen en de bedtijd eventueel wat te vervroegen. Soms helpt het om tijdelijk een iets vroeger avondtijdstip te kiezen, zodat je de opgebouwde vermoeidheid opvangt.
Merk je dat je dreumes het dutje vaak weigert, maar aan het eind van de middag volledig instort, dan kan een korter of iets vroeger dutje helpen. In sommige fases is een dutje overslaan onvermijdelijk, bijvoorbeeld na een drukke dag of opvang, maar als dat vaak gebeurt kan je kind in een vicieuze cirkel van oververmoeidheid komen. In dat geval is het goed om bewust te kijken wanneer een dutje overslaan nog oké is en wanneer het juist onrustige nachten in stand houdt.
Een voorspelbaar slaapritueel als houvast
Bij een slaapregressie 20 maanden heeft je kind extra behoefte aan voorspelbaarheid en verbinding. Een rustig, herhaalbaar slaapritueel helpt je dreumes om te schakelen van actief bezig zijn naar ontspannen en slapen. Het ritueel hoeft niet lang te zijn, als het maar in grote lijnen elke dag hetzelfde verloopt en past bij jullie gezin.
Een fijn ritueel kan bijvoorbeeld bestaan uit opruimen, pyjama aan, tanden poetsen, een kort spelletje of liedje, voorlezen en dan in bed leggen met een vaste zin of knuffel. De kracht zit in de herhaling en in jouw rustige, duidelijke aanwezigheid. Probeer schermen in het uur voor bedtijd te vermijden, omdat die prikkels en licht de slaap kunnen verstoren. Kies liever voor rustige activiteiten zoals boekjes kijken of samen een liedje zingen.
Als je merkt dat je kind juist tijdens het ritueel druk, dwars of huilerig wordt, kan dat een signaal zijn dat het al te moe is of dat het ritueel te lang duurt. Soms helpt het om het ritueel iets te verkorten en meer focus te leggen op nabijheid en contact. In plaats van nog een extra boekje, kun je bijvoorbeeld kiezen voor een langer knuffelmoment. Meer informatie over hoe je zo’n vast patroon opbouwt, vind je in het artikel over een passend slaapritueel.
Zachte manieren om je dreumes te begeleiden bij inslapen
Tijdens een slaapregressie 20 maanden is het verleidelijk om alle oude gewoontes los te laten en alles te doen om je kind maar in slaap te krijgen. Tegelijk wil je voorkomen dat je in patronen belandt die je zelf niet vol kunt houden, zoals elke avond een uur rondjes rijden in de auto. Zachte, stapsgewijze aanpakken helpen je om je kind te ondersteunen, zonder dat je jezelf uitput.
Een veelgebruikte methode voor deze leeftijd is een vorm van nabijheid met geleidelijke separatie. Je blijft bijvoorbeeld eerst naast het bed zitten, houdt een hand op de rug of praat zachtjes. Als je kind rustiger wordt, schuif je in kleine stapjes wat verder weg. Dit lijkt op de chair methode, maar dan afgestemd op het tempo en de emoties van jouw kind. Belangrijk is dat je altijd stopt of een stap terugdoet als je merkt dat het huilen toeneemt of je kind erg overstuur raakt.
Kinderen lang laten huilen is nooit gewenst. Huilen is een belangrijk signaal van spanning of behoefte aan nabijheid. Een beperkte vorm van wachten, bijvoorbeeld een halve minuut tot een minuut luisteren of je kind zichzelf kan reguleren, kan soms helpen, maar zodra het huilen heftig of paniekerig klinkt, ga je er direct naartoe. Blijf rustig, benoem wat er gebeurt en bied fysieke troost als dat nodig is. Door consequent en voorspelbaar te reageren, help je je dreumes om zich veilig te voelen, ook als slapen lastig is.
Huilen, grenzen en zachte slaaptraining bij 1–2 jaar
Rond 20 maanden spelen grenzen en autonomie een grote rol. Je dreumes wil zelf kiezen en kan fel protesteren als iets niet naar wens gaat, ook bij slapen. Dat protest kan klinken als “ik wil niet slapen”, terwijl er óók vermoeidheid onder zit. De kunst is om duidelijke, liefdevolle grenzen te combineren met veel nabijheid en troost.
Sommige ouders zoeken in deze fase naar vormen van slaaptraining. Voor dreumesen zijn zachte methoden het meest passend, waarbij je aanwezig blijft en stap voor stap toewerkt naar meer zelfstandigheid. Denk aan samen inslapen in de kamer en vervolgens in kleine stapjes je aanwezigheid afbouwen, of aan een vaste, korte troostinterventie waarbij je steeds op dezelfde kalme manier reageert. Een artikel over slaaptraining dreumes kan helpen om overzicht te krijgen in de opties.
Meer intensieve huil-gerichte methoden, zoals de klassieke cry-out aanpak, zijn in deze leeftijdsfase niet wenselijk. Lang laten huilen kan het gevoel van onveiligheid vergroten en leidt niet altijd tot duurzame verbetering. Een vorm van gecontroleerd troosten met tussenpozen (soms bekend als de Ferber-aanpak) wordt alleen gezien als laatste redmiddel en vraagt veel zorgvuldigheid. Als je zoiets overweegt, is het verstandig dit te bespreken met een professional en altijd direct te stoppen bij excessief huilen of als je merkt dat het jullie beiden te veel kost.
Wanneer speelt er meer dan ‘alleen maar’ slaapregressie?
Hoewel slaapregressie 20 maanden vaak een normale ontwikkelingsfase is, is het belangrijk alert te blijven op signalen dat er mogelijk meer speelt. Let bijvoorbeeld op andere klachten zoals koorts, aanhoudend hoesten, oorpijn, veel snot of duidelijk lichamelijk ongemak. Ook extreem snurken, ademstops of heel onrustig slapen kunnen aanwijzingen zijn dat er lichamelijke factoren meespelen.
Daarnaast is het goed om naar het totale functioneren overdag te kijken. Een kind dat door een moeilijke fase heen gaat, maar tussendoor nog kan lachen, spelen en zich laat troosten, zit meestal binnen het normale spectrum. Wordt je dreumes echter steeds lustelozer, reageert het nauwelijks meer op troost of is er sprake van zeer weinig slaap gedurende langere tijd, dan is het verstandig om niet te lang af te wachten.
Bij zorgen over de gezondheid of ontwikkeling van je kind is het altijd aan te raden contact op te nemen met je huisarts of het consultatiebureau. Zij kunnen met je meedenken, lichamelijke oorzaken uitsluiten of je zo nodig doorverwijzen. Je hoeft deze zoektocht niet alleen te doen. Bij meer complexe slaapproblemen kan daarnaast een van de beschikbare slaapcoaches helpen om een plan op maat te maken dat past bij jullie gezin.
Praktische strategie: in 7 stappen rustiger door de 20-maandenfase
Om de slaapregressie 20 maanden hanteerbaar te maken, helpt het om een aantal concrete stappen te volgen. Zie het als een raamwerk dat je naar jullie situatie mag buigen. Elk kind en elk gezin is anders, dus kies wat past en laat los wat nu niet haalbaar voelt.
- Observeer een paar dagen het ritme en gedrag van je kind.
- Breng vaste tijdstippen voor opstaan, dutje en bedtijd aan.
- Maak of versterk een kort, voorspelbaar slaapritueel.
- Bouw prikkels in het laatste uur voor bedtijd af.
- Kies een zachte begeleidingsmethode bij inslapen en houd die even vol.
- Reageer ’s nachts consequent en rustig, met korte, voorspelbare troost.
- Evalueer na één tot twee weken: wat helpt, wat niet, en wat kun je bijstellen.
In de praktijk kan dit er zo uitzien: je merkt dat je dreumes rond 11.30 uur al in de ogen wrijft, maar het dutje pas om 13.00 uur is. Je schuift het dutje een paar dagen naar 12.00 uur, en vervroegt de bedtijd tijdelijk met een half uur. Tegelijk versimpel je het avondritueel en vermijd je druk spel vlak voor het slapen. Je blijft bij je kind in de kamer tot het rustiger wordt, en schuift daarna stap voor stap wat verder weg. Door dit een tijdje consequent te doen, krijgt je dreumes weer houvast.
Conclusie: zo kom je samen door de slaapregressie 20 maanden
Slaapregressie 20 maanden kan voelen als een flinke stap terug, juist op het moment dat je dacht dat het slapen eindelijk wat stabieler werd. Toch is deze fase vaak een teken van groei: je kind wordt zelfstandiger, begrijpt meer en heeft daardoor tijdelijk meer moeite om tot rust te komen. Door te kijken naar het dagritme, een voorspelbaar slaapritueel en zachte begeleiding bij het inslapen, kun je veel onrust opvangen.
Belangrijk is dat je je kind niet lang laat huilen, maar responsief en liefdevol blijft reageren. Tegelijk mag je duidelijke grenzen stellen rondom bedtijd en nacht, zodat iedereen in het gezin aan voldoende slaap toekomt. Merk je dat de problemen aanhouden, extreem zijn of dat je je zorgen maakt over de gezondheid of ontwikkeling van je kind, schakel dan tijdig professionele hulp in via huisarts, consultatiebureau of een gespecialiseerde slaapprofessional. Zo vergroot je de kans dat jullie deze uitdagende fase met meer vertrouwen en rust doorkomen.
Veelgestelde vragen
Bij veel kinderen duurt een slaapregressie rond 20 maanden enkele dagen tot een paar weken. De duur hangt af van temperament, dagritme, gezondheid en hoe je als ouder reageert. Blijft de situatie langer dan een paar weken extreem zwaar, dan is het verstandig om hulp in te schakelen.
Als je kind ’s nachts huilt, is het belangrijk eerst te checken of er een concrete reden is, zoals pijn, angst of een natte luier. Blijf nabij en troostend, en probeer een rustige, voorspelbare aanpak aan te houden. Wordt het huilen juist heftiger of paniekerig, stop dan direct met eventuele methode en overleg met huisarts of consultatiebureau.
Kies een zachte aanpak waarbij je in de buurt blijft, zoals naast het bed zitten en in kleine stapjes je aanwezigheid afbouwen. Houd het slaapritueel kort, warm en voorspelbaar, en vermijd veel discussie aan het bed. Wil je meer structuur in de aanpak, dan kan een vorm van slaaptraining 1 jaar inspiratie geven, die je aanpast aan de leeftijd van je kind.
Sommige ouders merken binnen een paar dagen al wat meer rust, bij anderen duurt het één tot twee weken voordat er duidelijk verschil is. Kleine terugvallen tussendoor zijn normaal, zeker als er tanden doorkomen, ziekte speelt of je kind een drukke dag heeft gehad. Blijf realistische verwachtingen houden en pas het plan aan als het voor jullie niet haalbaar voelt.
Druk en dwars gedrag kan samenhangen met vermoeidheid, ontwikkeling en behoefte aan autonomie. Probeer overdag voldoende rustmomenten in te bouwen en bied duidelijke, liefdevolle grenzen. Een artikel over de bredere ontwikkeling van een kind 20 maanden kan helpen om het gedrag beter te plaatsen.
De meeste kinderen slapen rond 20 maanden nog veilig in een ledikant, tenzij er duidelijke redenen zijn om te wisselen, zoals herhaaldelijk uit bed klimmen. Een te vroege overgang kan de slaap juist onrustiger maken. Twijfel je, dan kun je informatie zoeken over wanneer kind uit ledikant om een goede afweging te maken.
Gerelateerde slaaptips
Slaapregressie 3 maanden: wat nu en 7 zachte tips
Slaapregressie 3 maanden? Ontdek simpel en eindelijk rustiger nachten met zachte, bewezen tips voor 0-16 weken en 4-12 maanden. Leer in 7 stappen wat helpt.
Slaapregressie 5 maanden: wat nu en wat helpt?
Slaapregressie 5 maanden? Ontdek in 5 simpele stappen hoe je je baby van 4-12 maanden weer rustiger laat slapen, eindelijk zonder onnodig huilen.
Sprong 5 en slecht slapen: 7 zachte oplossingen
Sprong 5 slecht slapen? Ontdek eindelijk 7 simpele, zachte stappen voor rustiger nachten bij je baby van 4-12 maanden, zonder lange huilbuien.
Interessante slaaptips
Ontdek meer waardevolle tips en inzichten over slaap en welzijn
Baby 39 graden koorts bij tandjes: wat nu?
Baby 39 graden koorts tandjes? Ontdek eenvoudig wanneer het nog normaal kan zijn, wanneer je moet bellen en 7 bewezen tips voor rustiger slapen bij koorts.
Wanneer baby slaapzak? Eindelijk duidelijkheid zonder stress
Wanneer baby slaapzak? Ontdek simpele stappen per leeftijd voor veilig, rustig slapen zonder stress. Leer bewezen tips voor 0-16 weken en 4-12 maanden.
Slaaptraining baby 4 maanden: wanneer en hoe zonder tranen?
Slaaptraining baby 4 maanden: ontdek simpele, bewezen stappen voor 0-16 weken en 4-12 maanden. Eindelijk meer rust, zonder je baby lang te laten huilen.
Baby 18 maanden: waarom slapen lastig is & 7 simpele oplossingen
Baby 18 maanden en slaapproblemen? Ontdek 7 bewezen stappen voor eindelijk rustiger nachten. Leer hoe je slaapgedrag effectief aanpakt.
Vanaf wanneer inbakeren? Veilig starten in 5 stappen
Vanaf wanneer inbakeren is veilig voor je baby? Ontdek eindelijk duidelijk, simpel en bewezen advies voor 0-16 weken, met 5 stappen voor warm en veilig inbakeren.
6 weken baby: hoe slapen eindelijk rustiger wordt (zonder huilen)
6 weken baby en slapeloze nachten? Ontdek bewezen tips voor rust en slaap zonder huilen. Leer 5 stappen om je baby binnen 2 weken beter te laten slapen.
Uitgelichte slaapcoaches
Ontdek gekwalificeerde slaapcoaches die je kunnen helpen