Slaapregressies
11 december 2025
11 min lezen
Slaapregressie 16 maanden bij dreumes van 1,5 jaar die onrustig in bed ligt met knuffel

Slaapregressie 16 maanden: oorzaken + 7 zachte tips

Slaapregressie 16 maanden betekent dat je dreumes ineens slechter slaapt, terwijl het juist beter leek te gaan. Rond deze leeftijd zie je vaak meer nachtelijk wakker worden, strijd bij bedtijd en kortere dutjes.

Voor veel ouders voelt dit alsof alle vooruitgang in één klap weg is. Je kind dat prima sliep, is opeens klaarwakker om 3.00 uur, wil niet meer in bed of raakt in tranen als jij de kamer uitloopt. Dat is intens vermoeiend, zeker als je overdag ook gewoon moet draaien.

In dit artikel lees je wat er achter slaapregressie 16 maanden kan zitten, hoe je het herkent en vooral: wat je vandaag al kunt doen om je kind weer meer rust te geven. Met zachte, praktische tips die passen bij de leeftijd van 1 tot 2 jaar, zonder je kind lang te laten huilen.

Wat is slaapregressie op 16 maanden precies?

Slaapregressie 16 maanden is geen officiële diagnose, maar een term die ouders gebruiken voor een periode waarin het slapen tijdelijk achteruit lijkt te gaan. Je ziet dan dat een kind dat eerst redelijk goed sliep, ineens meer wakker is, meer protesteert bij het naar bed gaan of juist heel vroeg wakker wordt. Het voelt alsof de slaapontwikkeling "achteruit" gaat, terwijl er in de ontwikkeling juist veel vooruitgang plaatsvindt.

Rond 16 maanden zitten kinderen midden in een fase van grote groei. Veel dreumesen gaan vaster lopen, klimmen, begrijpen meer taal en willen vooral zelf doen. Die nieuwe vaardigheden en zelfstandigheidsdrang zorgen voor meer onrust in het hoofdje, ook rond slaap. Het brein is dan als het ware druk aan het oefenen, en dat kan de slaap tijdelijk verstoren.

Belangrijk is om te weten dat zo'n slaapdip meestal een fase is. Het betekent niet dat er iets mis is met je kind of met jouw aanpak. Wel kan het een signaal zijn dat het slaapschema of de manier van naar bed brengen niet meer past bij deze leeftijd. Met kleine aanpassingen kun je vaak al veel rust terugbrengen.

Hoe herken je slaapregressie rond 16 maanden?

Je herkent slaapregressie 16 maanden vaak aan een combinatie van veranderingen in het slaapgedrag. Het gaat meestal niet om één nachtje onrust, maar om een periode van dagen tot weken waarin slapen duidelijk lastiger is. De signalen kunnen per kind verschillen, maar er zijn patronen die vaak terugkomen.

Veelvoorkomende signalen zijn bijvoorbeeld dat je dreumes langer wakker ligt voor het inslapen, ineens hevig protesteert bij bedtijd of juist midden in de nacht klaarwakker lijkt. Ook dutjes kunnen korter worden of helemaal geweigerd worden. Soms lijkt je kind overdag doodmoe, maar komt er bij het naar bed gaan toch een soort tweede energiegolf.

Voor ouders voelt dit vaak heel tegenstrijdig: je ziet een moe kind dat niet wil slapen. Een voorbeeld: je 16 maanden oude kind gaapt, wrijft in de ogen, maar zodra je richting slaapkamer loopt, wordt het een strijd. Of je kind werd altijd rond 7.00 uur wakker en ineens staat het structureel om 5.15 uur te roepen. Als dit soort veranderingen langer aanhouden en samen gaan met meer ontwikkelingssprongen, past dat vaak bij een tijdelijke regressie.

Mogelijke oorzaken: wat speelt er op 16 maanden?

De belangrijkste motor achter slaapregressie 16 maanden is ontwikkeling. Rond deze leeftijd maken kinderen grote stappen in motoriek en denken. Lopen wordt vaak zekerder, klimmen en ontdekken nemen toe en je kind begrijpt steeds beter wat je zegt. Dat geeft een gevoel van regie, maar kan ook spanning geven. Die spanning zie je vaak terug rond het inslapen en bij nachtelijke wakker momenten.

Daarnaast speelt separatieangst nog een rol. Je dreumes beseft steeds duidelijker dat jij er bent of niet bent, en dat maakt afscheid nemen bij bedtijd lastiger. Waar je kind zich eerder makkelijker liet neerleggen, kan het nu hard protesteren zodra jij de kamer uitloopt. Niet omdat het je "uitprobeert", maar omdat alleen slapen ineens veel groter en spannender voelt.

Ook het dagschema verandert vaak rond deze leeftijd. Veel kinderen gaan rond 15–18 maanden naar één dutje per dag, of zitten in de overgang. Onhandige timing van dutjes, te laat of te lang slapen overdag, kan dan zorgen voor oververmoeidheid of juist te weinig slaapdruk. Dat merk je direct terug in de nacht. Twijfel je of je kind qua ontwikkeling in een sprong zit, dan kan het helpen om ook naar andere ontwikkelingssignalen te kijken, zoals je bij een baby 16 maanden vaak ziet.

Dagritme en dutjes: is het schema nog passend?

Bij veel kinderen hangt slaapregressie 16 maanden samen met een dagritme dat niet meer goed aansluit. Rond deze leeftijd hebben de meeste dreumesen nog één dutje per dag nodig, maar sommige kinderen doen er nog twee of zijn juist al richting één dutje aan het schuiven. Die overgangsperiode kan onrustig zijn, omdat het lichaam moet wennen aan langere wakkere blokken.

Een te laat of te lang dutje kan ervoor zorgen dat je kind 's avonds niet moe genoeg is om makkelijk in slaap te vallen. Andersom kan een te kort of gemist dutje zorgen voor oververmoeidheid, waardoor je kind juist druk, huilerig en onrustig wordt bij bedtijd. Het lichaam maakt dan meer stresshormonen aan, wat inslapen en doorslapen bemoeilijkt.

Let een week lang eens bewust op de tijden waarop je kind wakker wordt, dut en naar bed gaat. Noteer ook hoe makkelijk je dreumes in slaap valt en hoe de nacht verloopt. Zie je bijvoorbeeld dat een laat middagdutje bijna altijd leidt tot strijd in de avond, dan kun je voorzichtig experimenteren met het iets vervroegen of inkorten van het dutje. Soms helpt het juist om niet te snel een dutje over te slaan, maar eerst het schema subtiel te schuiven.

Separatieangst en grenzen: emotie rond naar bed gaan

Rond 16 maanden krijgt je kind meer besef van zichzelf en van jou als belangrijke veilige basis. Dat maakt afscheid nemen bij bedtijd vaak emotioneler. Je dreumes kan ineens hard gaan huilen als je de kamer uitloopt of zich vastklampen als je naar boven gaat. Dat voelt voor ouders soms alsof je iets fout hebt gedaan, terwijl het meestal past bij de ontwikkelingsfase.

Je kind kan nog niet goed begrijpen dat jij terugkomt, ook al zeg je dat. Het lichaam reageert dan met stresssignalen: huilen, roepen, weigeren om te gaan liggen. Tegelijkertijd heeft een dreumes juist ook behoefte aan duidelijke, voorspelbare grenzen. Als bedtijd elke avond anders verloopt, geeft dat vaak meer onzekerheid en daarmee meer protest.

Een warme, consequente aanpak helpt hier het meest. Dat betekent: een vaste volgorde rond naar bed gaan, duidelijke woorden die je elke avond herhaalt en een rustige, voorspelbare reactie op protest. Je erkent de emotie, maar je blijft bij de grens dat het tijd is om te slapen. Veel ouders merken dat een rustig, herhaald slaapritueel met veel lichamelijk contact en voorspelbare stappen na een tijdje al voor minder strijd zorgt.

Zachte strategieën om met slaapregressie om te gaan

Bij slaapregressie 16 maanden helpt het om te focussen op zachte, geleidelijke strategieën. Dreumesen hebben nog veel behoefte aan nabijheid en voorspelbaarheid. Methoden waarbij je je kind lang laat huilen zonder troost zijn op deze leeftijd niet wenselijk. Kinderen lang laten huilen is nooit gewenst, zeker niet als je merkt dat je kind in paniek raakt of ontroostbaar blijft.

Een praktische aanpak is om eerst te zorgen dat de basis klopt: een passend dagritme, een vast avondritueel en een voorspelbaar bedtijdmoment. Daarna kun je kleine stappen toevoegen om meer rust te brengen. Denk bijvoorbeeld aan een vast zinnetje dat je altijd gebruikt bij het instoppen, een kort liedje of een knuffel die elke nacht mee gaat. Zo bouw je ankers in die je kind helpen om zich veilig te voelen.

Probeer verder om consequent te reageren in de nacht. Als je de ene nacht je kind bij je in bed neemt en de andere nacht alleen troost aan bed geeft, is dat voor een dreumes moeilijk te begrijpen. Kies een aanpak die voor jullie haalbaar voelt en houd die zoveel mogelijk aan. Merk je dat je ondanks deze stappen vastloopt, dan kan extra begeleiding via bijvoorbeeld slaaptraining dreumes helpend zijn, mits deze training zacht en responsief wordt vormgegeven.

Stap-voor-stap: zo kun je je aanpak aanpassen

Een gestructureerde, maar zachte aanpak geeft vaak het meeste rust. Hieronder een mogelijke opbouw in stappen. Pas deze gerust aan op jullie situatie en tempo.

  1. Breng het huidige ritme in kaart: schrijf een week lang op hoe laat je kind wakker wordt, dut, eet en naar bed gaat, en noteer hoe de nachten zijn.
  2. Bepaal één vaste bedtijd: kies een tijd die past bij het natuurlijke ritme van je kind en probeer hier dagelijks maximaal een half uur van af te wijken.
  3. Maak een kort, voorspelbaar slaapritueel: 20–30 minuten is vaak genoeg; denk aan opruimen, pyjama, tandenpoetsen, boekje lezen, knuffel, liedje.
  4. Zorg voor een rustige overgang: dim het licht, geen wilde spelletjes meer in het laatste half uur en beperk schermen ruim voor bedtijd.
  5. Reageer consequent op nachtelijk wakker worden: troost je kind, maar probeer steeds in dezelfde volgorde te handelen, bijvoorbeeld eerst zacht praten, dan kort aaien, dan eventueel even oppakken.
  6. Evalueer na 1–2 weken: kijk wat al beter gaat en waar nog spanning zit, en pas zo nodig kleine dingen aan, zoals de duur van het dutje of de bedtijd.

Belangrijk is dat je bij elke stap goed blijft letten op het huilen van je kind. Huilen als uiting van vermoeidheid of frustratie mag er zijn, maar zodra je merkt dat je kind echt in paniek raakt of langdurig ontroostbaar is, is het belangrijk om direct in te grijpen en meer nabijheid te bieden.

Over huilen, troosten en slaaptraining bij 1–2 jaar

Rond 16 maanden hoor je soms adviezen om je kind maar "even te laten huilen" zodat het leert zelf in slaap te vallen. Voor veel kinderen en ouders werkt dat niet helpend en kan het juist spanning geven. Zeker methoden waarbij je je kind langere tijd laat huilen zonder troost (zoals zogenaamde cry-out aanpakken) zijn niet wenselijk. Kinderen lang laten huilen is nooit gewenst, omdat het stressniveau dan sterk kan oplopen.

Wil je werken aan meer zelfstandigheid bij het inslapen, kies dan bij voorkeur een geleidelijke, zachte methode. Een voorbeeld is dat je de eerste dagen bij je kind blijft zitten tot het slaapt, eventueel volgens een rustige opbouw zoals bij de chair methode. Daarbij blijf je nabij, reageer je op huilen en bouw je stap voor stap je aanwezigheid af. Het tempo bepaal je op basis van hoe je kind reageert.

Sommige ouders overwegen vormen van gecontroleerd troosten, zoals schema's die lijken op de Ferber-aanpak. Als je zoiets overweegt, doe dit dan alleen als laatste optie, zeer mild en met korte intervallen. Stop direct bij excessief huilen of duidelijke paniek. Verdiep je goed in de mogelijke risico's en grenzen, bijvoorbeeld via een uitleg over een ferber methode schema, en overleg bij twijfel met een professional. De basis blijft altijd: responsief, warm en afgestemd op het tempo van je kind.

Ontwikkelingssprongen en andere leeftijden eromheen

Slaapregressie 16 maanden staat zelden op zichzelf. Vaak zie je in de maanden ervoor en erna ook periodes met onrustige slaap, die samenhangen met ontwikkelingssprongen. Rond 14 maanden en 15 maanden rapporteren veel ouders bijvoorbeeld ook veranderingen in slaap, vaak gekoppeld aan nieuwe vaardigheden of meer wilskracht.

Als je terugkijkt, herken je misschien al een eerdere dip zoals een slaapregressie 1 jaar of een fase waarin je kind ineens veel meer kon en daardoor onrustiger sliep. Ook in de maanden na 16 maanden, bijvoorbeeld bij een baby 17 maanden of een baby 18 maanden, kunnen nieuwe sprongen weer tijdelijk invloed hebben op het slapen.

Het helpt om deze periodes te zien als onderdeel van een groter geheel: je kind ontwikkelt zich in golven. Na een intensieve groeifase volgt vaak weer een periode met meer rust, ook in de nacht. Door je verwachtingen hierop aan te passen en je aanpak steeds subtiel mee te laten bewegen, voorkom je dat je bij elke dip alles omgooit.

Wanneer extra hulp inschakelen bij slaapproblemen?

Soms is slaapregressie 16 maanden zo heftig of langdurig dat het hele gezin uitgeput raakt. Als je al weken nauwelijks slaapt, je kind overdag erg prikkelbaar is of je zelf merkt dat je het emotioneel niet meer trekt, is het verstandig om hulp in te schakelen. Dat is geen teken dat je faalt, maar juist dat je goed voor jezelf en je kind wilt zorgen.

Bij zorgen over de gezondheid of ontwikkeling van je kind is de huisarts of het consultatiebureau het eerste aanspreekpunt. Zij kunnen met je meekijken of er mogelijk meer speelt dan een normale fase in de slaapontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan ziekte, pijn of andere factoren die de slaap verstoren. Medische beoordeling hoort altijd bij een arts thuis.

Voor specifiek slaapgedrag en opvoedvragen kan het helpend zijn om samen te werken met een professional die ervaring heeft met slaap bij jonge kinderen. Op Slaapcoachvinden.nl vind je een overzicht van slaapcoaches die je kunnen helpen om een plan op maat te maken dat past bij jullie gezin, waarden en de leeftijd van je kind.

Conclusie

Slaapregressie 16 maanden is een veelvoorkomende, maar intensieve fase in de slaapontwikkeling van jonge kinderen. Je ziet vaak dat een dreumes die redelijk sliep, ineens meer wakker wordt, protesteert bij bedtijd of heel vroeg opstaat. Deze veranderingen hangen meestal samen met grote stappen in ontwikkeling, separatieangst en een dagritme dat aan vernieuwing toe is.

Door goed te kijken naar het ritme, een vast en warm slaapritueel te creëren en zacht maar consequent te reageren op nachtelijk wakker worden, kun je veel rust terugbrengen. Methoden waarbij je je kind lang laat huilen zijn niet wenselijk; kies liever voor geleidelijke stappen met veel troost en nabijheid, en stop direct bij excessief huilen. Blijf alert op je eigen grenzen en die van je kind, en schakel bij twijfel of aanhoudende zorgen altijd het consultatiebureau, de huisarts of een gespecialiseerde professional in.

Veelgestelde vragen

Een slaapregressie rond 16 maanden duurt vaak enkele weken, maar de duur verschilt per kind. Meestal zie je dat het slapen weer verbetert zodra het dagritme is aangepast en je kind gewend is aan de nieuwe ontwikkelingsfase. Blijft de onrust langer dan een paar weken heel heftig, dan is het verstandig om extra hulp te zoeken.

Maak je vooral zorgen als je kind overdag extreem moe of lusteloos is, weinig drinkt of eet, of als je een duidelijke verandering in gedrag ziet die je niet vertrouwt. Ook als je het gevoel hebt dat er meer speelt dan alleen een slaapfase, is het goed om contact op te nemen met de huisarts of het consultatiebureau. Zij kunnen beoordelen of verder onderzoek nodig is.

Begin met een vast, rustig slaapritueel en een voorspelbare bedtijd. Blijf in het begin gerust bij je kind tot het slaapt en bouw je aanwezigheid heel geleidelijk af, bijvoorbeeld door steeds iets verder van het bedje te gaan zitten. Een zachte aanpak zoals de waiting approach of een variant op de waiting approach methode kan helpen om stap voor stap meer zelfstandigheid te oefenen.

Veel ouders merken binnen één tot twee weken enige verbetering als ze het ritme en de bedtijd consequent aanpassen. Soms gaat het in kleine stapjes: eerst minder strijd bij het naar bed gaan, later betere nachten. Blijf realistische verwachtingen houden; bij een sterke ontwikkelingssprong kan het wat langer duren voordat alles weer stabiel is.

Controleer eerst of het dagritme passend is en je kind niet over- of ondervermoeid is. Blijft je kind heftig huilen, blijf dan dichtbij, troost en pas het tempo van je aanpak aan; soms zijn kleinere stapjes nodig of tijdelijk meer nabijheid. Werkt dat niet en loop je vast, dan kan een vorm van milde slaaptraining 1 jaar of begeleiding door een professional helpen om een plan op maat te maken.

Redactie Slaapcoachvinden.nl

Redactie Slaapcoachvinden.nl

Delen:

Hulp nodig bij slaapproblemen?

Vind een gekwalificeerde slaapcoach in jouw buurt en verbeter je slaapkwaliteit.

Gerelateerde slaaptips

Interessante slaaptips

Ontdek meer waardevolle tips en inzichten over slaap en welzijn

Uitgelichte slaapcoaches

Ontdek gekwalificeerde slaapcoaches die je kunnen helpen