Sprongetjes & ontwikkeling
9 december 2025
14 min lezen
sprong 2 jaar peuter van 2 jaar die onrustig in bed ligt naast ouder in kinderkamer

Sprong 2 jaar: waarom je peuter ineens slechter slaapt

De term sprong 2 jaar wordt vaak gebruikt als peuters rond hun tweede verjaardag plots slechter slapen, meer protesteren en intens reageren. In deze leeftijdsfase is er inderdaad veel ontwikkeling, en dat merk je vaak direct terug in de slaap.

Voor ouders kan dit behoorlijk pittig zijn: je peuter die eerst redelijk sliep, komt ineens elke nacht uit bed, huilt bij het naar bed gaan of is extreem vroeg wakker. Je vraagt je misschien af of dit normaal is, of dat er iets misgaat in je aanpak.

In dit artikel leg ik uit wat er rond de sprong 2 jaar gebeurt, hoe dit er verschillend uitziet bij kinderen van 1–2 jaar en 2–3 jaar, en wat je concreet kunt doen om je kind én jezelf door deze fase te helpen. Met veel praktische voorbeelden, zachte strategieën en duidelijke grenzen, zonder je kind lang te laten huilen.

Wat is de sprong 2 jaar nu eigenlijk?

De sprong 2 jaar is geen officiële medische term, maar een manier waarop ouders en professionals verwijzen naar een periode van versnelde ontwikkeling rond de tweede verjaardag. In deze fase zie je vaak een combinatie van cognitieve groei (denken, taal, plannen), emotionele ontwikkeling (eigen wil, boosheid, frustratie) en verandering in slaapbehoefte. Die mix kan de nachtrust flink verstoren.

Belangrijk om te weten: deze fase is normaal en hoort bij de ontwikkeling. Het betekent niet automatisch dat je kind een slaapprobleem heeft. Wel kan het bestaande kwetsbaarheden in slaapgedrag uitvergroten. Een peuter die altijd al wat moeite had met inslapen, kan nu ineens heel heftig protesteren bij bedtijd of veel vaker wakker worden. Dat voelt voor ouders vaak alsof alles wat werkte, ineens geen effect meer heeft.

Je ziet in deze periode vaak dat peuters meer gaan dromen, meer fantasie krijgen en sterker hun eigen wil laten zien. Ze willen zelf bepalen, ook rond slapen: nog een boek, nog een knuffel, nog wat drinken. Tegelijk kunnen ze hun emoties nog niet goed reguleren. Dat zorgt voor strijd en tranen, zeker als ze moe zijn. Door te begrijpen wat er onder de sprong 2 jaar ligt, kun je je verwachtingen bijstellen en gerichter kiezen welke stappen bij jullie passen.

Ontwikkeling 1–2 jaar: basis voor de sprong 2 jaar

Tussen 1 en 2 jaar leggen kinderen de basis voor wat je rond de sprong 2 jaar zo duidelijk gaat merken. Ze leren lopen, klimmen, meer woorden zeggen, korte zinnen maken en snappen steeds beter wat jij zegt. Rond 12–18 maanden zie je vaak eerdere sprongetjes in ontwikkeling, die ook tijdelijk invloed hebben op slapen, zoals de bekende 14 maanden sprong of 15 maanden sprong.

In deze periode verandert vaak het dagslaapritme. Veel kinderen gaan van twee dutjes naar één dutje. Die overgang is soms onrustig: op sommige dagen lijkt één dutje genoeg, op andere dagen is je kind eind van de middag oververmoeid. Oververmoeidheid kan weer zorgen voor meer wakker worden in de nacht en vroeg wakker worden in de ochtend. Twijfel je of een dutje nog nodig is, dan kan informatie over een dutje overslaan helpen om keuzes te maken die passen bij de leeftijd en het karakter van je kind.

Rond 16–20 maanden zie je vaak een combinatie van meer zelfstandigheid (zelf lopen, zelf eten, alles zelf willen) en toenemende separatieangst. Je kind wil de wereld ontdekken, maar ook dicht bij jou zijn. Dat kan zich uiten in meer protest bij bedtijd, omdat naar bed gaan voelt als afscheid. Korte, voorspelbare afscheidsrituelen en een duidelijke, herhaalde zin (bijvoorbeeld: "Ik leg je nu in bed, ik kom zo nog even kijken") helpen om die overgang veiliger te maken.

Ontwikkeling 2–3 jaar: peuterbrein in de hoogste versnelling

Tussen 2 en 3 jaar gaat de ontwikkeling nog een stap verder. De taal explodeert vaak: peuters kunnen ineens hele zinnen maken, vragen stellen en verhalen vertellen. Hun verbeelding wordt levendiger, waardoor ook dromen en nachtmerries vaker voorkomen. Sommige kinderen worden ineens bang in het donker of bang voor monsters, terwijl ze dat eerder nooit waren. Als je kind meer onrustige nachten heeft door nachtmerries, kan het helpen om specifiek naar deze nachtangsten te kijken en je aanpak daarop af te stemmen.

Daarnaast groeit het besef van tijd en volgorde: eerst tandenpoetsen, dan boekje, dan slapen. Peuters willen meebeslissen en testen grenzen. Dat is gezond, maar kan rond slapen voor veel strijd zorgen. Een peuter van 2,5 die bij bedtijd ineens tien keer uit bed komt, doet dat niet om jou te pesten, maar om te onderzoeken: wat gebeurt er als ik dit doe, waar ligt de grens, en ben ik nog wel veilig als jij weggaat?

Tussen 2 en 3 jaar zie je ook dat sommige kinderen toe zijn aan een overgang van ledikant naar peuterbed of zelfs een groter bed, bijvoorbeeld als ze uit het ledikant klimmen. Dat vergroot hun bewegingsvrijheid, maar maakt het ook makkelijker om uit bed te komen. Het kan daarom zinvol zijn om eerst goed te kijken vanaf wanneer peuterbed praktisch en veilig is voor jullie kind, en hoe je de overgang rustig kunt laten verlopen.

Hoe herken je de sprong 2 jaar in het slaapgedrag?

De sprong 2 jaar herken je vaak aan een combinatie van gedrags- en slaapsignalen. Overdag merk je bijvoorbeeld meer driftbuien, een sterke eigen wil, vaker "nee" zeggen en moeilijk kunnen stoppen met spelen. Rond slapen zie je dan bijvoorbeeld dat je kind niet naar bed wil, langere bedtijdstrijd heeft of heftiger reageert op grenzen die eerder prima gingen.

Typische slaapsignalen rond de sprong 2 jaar zijn onder andere: meer strijd bij inslapen, vaker wakker worden in de nacht, zwaar protest als jij de kamer uitloopt, ineens heel vroeg wakker worden of juist moeilijk wakker worden en prikkelbaar zijn. Sommige kinderen hebben ineens meer angst in het donker of willen niet meer alleen in hun kamer zijn. Het kan ook zijn dat je kind vaker uit bed klimt of bij jullie in bed wil slapen.

Belangrijk is om onderscheid te maken tussen een tijdelijke fase en een patroon dat langer aanhoudt. Een paar weken onrust rond een grote ontwikkelingssprong is heel gebruikelijk. Duurt het langer, of maak je je zorgen om het gedrag of de gezondheid van je kind, neem dan contact op met het consultatiebureau of de huisarts. Zij kunnen met je meekijken of er meer nodig is dan aanpassing van routines en opvoedaanpak.

Slaappatroon 1–2 jaar: hoeveel slaap is gemiddeld?

Kinderen tussen 1 en 2 jaar hebben gemiddeld nog relatief veel slaap nodig, maar er zijn grote individuele verschillen. Veel dreumesen slapen in totaal ergens tussen de 11 en 14 uur per etmaal, verdeeld over één of twee dutjes en de nachtslaap. Sommige kinderen redden het met iets minder, andere hebben juist wat meer nodig. Het gaat vooral om hoe je kind zich overdag gedraagt: alert, speels en redelijk stabiel in stemming, of juist snel overprikkeld en huilerig.

Rond 12–18 maanden zitten veel ouders midden in de overgang van twee dutjes naar één dutje. Dat vraagt vaak wat puzzelwerk. Als je te vroeg naar één dutje gaat, kan je kind oververmoeid raken, met als gevolg meer nachtelijk wakker worden en vroeg opstaan. Wacht je te lang, dan wordt je kind misschien juist te laat moe en schuift de hele dag op. Soms helpt het om tijdelijk een kort ochtendslaapje aan te houden en een iets langere middagdut, om de dag beter te overbruggen.

Let in deze leeftijdsgroep goed op signalen van oververmoeidheid: heel druk worden voor bedtijd, veel huilen om kleine dingen, moeilijk in slaap komen en vaker wakker worden in de nacht. In dat geval loont het vaak om het dutje of de bedtijd wat eerder te plannen. Merk je juist dat je kind bij bedtijd totaal niet moe lijkt en eindeloos door wil spelen, dan kan het zijn dat de wakkertijd tussen dutje en nacht wat langer mag worden.

Slaappatroon 2–3 jaar: minder dutjes, meer bewustzijn

Tussen 2 en 3 jaar gaan de meeste kinderen naar één dutje per dag, en rond 3 jaar valt dat dutje bij sommige kinderen helemaal weg. In totaal slapen peuters in deze leeftijdsgroep gemiddeld tussen de 10 en 13 uur per etmaal. Ook hier geldt: kijk vooral naar het functioneren overdag. Een kind dat geen dutje meer doet maar vrolijk, speels en redelijk stabiel is, heeft waarschijnlijk genoeg aan de nachtslaap.

Rond de sprong 2 jaar zie je vaak dat peuters het dutje gaan weigeren, terwijl ze het eigenlijk nog nodig hebben. Ze roepen dat ze niet moe zijn, willen spelen of komen steeds hun bed uit. Ouders denken dan soms dat het dutje helemaal moet stoppen. Soms klopt dat, maar vaak is het een fase waarin je kind vooral zijn nieuwe autonomie oefent. Het kan helpen om het dutje korter te maken in plaats van het direct te schrappen, zodat de druk op de nachtslaap niet te groot wordt.

Een andere veelvoorkomende verandering is dat peuters ineens veel vroeger wakker worden. De combinatie van minder dagslaap, meer prikkels en een brein dat volop aan het verwerken is, kan ervoor zorgen dat je kind te vroeg wakker wordt en niet meer in slaap valt. In zo’n situatie is het zinvol om te kijken naar het hele dag- en nachtritme, de slaapomgeving en eventuele gewoontes die dit in stand houden. Soms zijn kleine aanpassingen in licht, geluid of bedtijd al helpend.

Emoties, grenzen en separatieangst rond de sprong 2 jaar

Rond de sprong 2 jaar spelen emoties een grote rol in het slaapgedrag. Je kind ontdekt dat hij een eigen wil heeft, maar kan nog niet goed omgaan met teleurstelling en frustratie. Dat zie je terug in driftbuien als iets niet mag, maar ook in hevig protest als jij de kamer uitloopt of als het licht uitgaat. Deze emotionele ontwikkeling is normaal, maar kan zwaar voelen, zeker als je zelf moe bent.

Separatieangst kan in deze fase weer opleven, ook als dat eerder al minder leek. Je peuter kan bang zijn dat jij wegblijft als je de kamer uitgaat, of dat er iets gebeurt als hij slaapt. Een voorspelbaar slaapritueel, duidelijke aankondigingen en korte, herhaalde afscheidszinnen helpen om die angst te verminderen. Veel kinderen hebben baat bij een vast slaapritueel waarin altijd dezelfde stappen terugkomen. Dat geeft houvast: je kind weet wat er komt en wat er daarna gebeurt.

Grenzen zijn in deze fase essentieel, juist om je kind veiligheid te bieden. Consequent zijn betekent niet dat je hard of streng hoeft te zijn. Je kunt heel liefdevol en rustig blijven, terwijl je toch duidelijk bent: "Het is bedtijd, ik blijf nog even bij je, daarna ga ik naar beneden." Een rustig, herhaald patroon werkt vaak beter dan steeds nieuwe oplossingen bedenken. Voel je dat je hierin vastloopt, dan kan een vorm van slaaptraining voor dreumesen of peuters helpen om stap voor stap een nieuw patroon aan te leren, zonder dat je je kind lang laat huilen.

Zachte, leeftijdsgebonden aanpak: 1–2 jaar

Bij kinderen van 1–2 jaar ligt de nadruk op nabijheid, voorspelbaarheid en heel geleidelijk loslaten. In deze leeftijdsfase is het niet wenselijk om je kind lang te laten huilen. Je kind heeft je nog sterk nodig om zich te reguleren. Je kunt wel stapjes zetten richting meer zelfstandigheid, maar altijd met veel troost en begeleiding. Stop direct als je merkt dat het huilen heftig, paniekerig of langdurig wordt.

Een mogelijke zachte aanpak voor deze leeftijd kan er zo uitzien:

  1. Zorg voor een vast, kort en rustig slaapritueel met steeds dezelfde stappen.
  2. Leg je kind wakker maar slaperig in bed, zodat het leert het laatste stukje zelf te doen.
  3. Blijf in het begin dichtbij, bijvoorbeeld naast het bed zitten of een hand op de rug leggen.
  4. Bouw jouw aanwezigheid in kleine stapjes af, bijvoorbeeld elke paar dagen iets minder aanraking of iets verder van het bed.
  5. Reageer altijd op huilen: troost, praat zacht en bied fysieke nabijheid als dat nodig is.
  6. Houd de bedtijd consequent, ook als er protest is, maar blijf warm en rustig.

Deze aanpak vraagt tijd en herhaling. Verwacht geen directe omslag in een paar nachten. Het doel is dat je kind zich veilig voelt in bed en stap voor stap leert dat hij ook zonder jouw constante aanwezigheid kan inslapen. Twijfel je of de aanpak bij jullie situatie past, dan kan het helpend zijn om samen met een professional te kijken naar een passende vorm van slaaptraining voor dreumesen.

Zachte, leeftijdsgebonden aanpak: 2–3 jaar

Bij kinderen van 2–3 jaar kun je meer gebruikmaken van uitleg, afspraken en samen keuzes maken. Ook in deze leeftijdsgroep geldt dat kinderen lang laten huilen nooit gewenst is. Wel kun je iets meer ruimte laten voor kort mopperen of protest, zolang je goed blijft inschatten of het gaat om frustratie of echte angst. Stop altijd direct als je kind overstuur raakt of langdurig huilt.

Een zachte, duidelijke aanpak voor 2–3 jaar kan er bijvoorbeeld zo uitzien:

  1. Bespreek overdag al hoe het naar bed gaan gaat verlopen, in eenvoudige taal.
  2. Gebruik een voorspelbaar slaapritueel met vaste volgorde en beperkte keuzes (bijvoorbeeld: dit of dat boekje).
  3. Maak duidelijke afspraken: hoeveel boekjes, hoe vaak jij nog komt kijken, waar jij bent als je weggaat.
  4. Gebruik visuele steun, zoals een plaatje van het slaapritueel of een kaartje dat je kind "mag inleveren" voor een extra knuffel.
  5. Blijf de eerste avonden gerust nog even bij je kind en bouw je aanwezigheid in stapjes af (bijvoorbeeld via de chair methode waarbij je steeds iets verder van het bed gaat zitten).
  6. Kom je kind kort en rustig terug in bed leggen als het eruit komt, zonder lange discussies, maar met een vaste zin.

Sommige ouders overwegen in deze leeftijdsgroep een vorm van gecontroleerd troosten of controlled crying. Dit houdt in dat je kind korte momenten huilt terwijl je in stappen langere pauzes houdt voordat je teruggaat. Dit soort methoden worden alleen gezien als mogelijke laatste optie, en dan bij voorkeur onder begeleiding van een professional. Belangrijk is dat je kind niet in paniek raakt, dat je altijd blijft monitoren en direct stopt bij excessief huilen. Veel gezinnen hebben voldoende aan meer geleidelijke, responsieve methoden.

Praktische tips voor minder strijd rond bedtijd

Ongeacht of je kind 1,5 of 2,5 jaar is, een paar basisprincipes helpen bijna altijd om de impact van de sprong 2 jaar op de slaap te beperken. De kern is: voorspelbaarheid, rust en consequente maar liefdevolle grenzen. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk vraagt het om veel herhaling en soms ook om bijsturen.

Handige praktische aanknopingspunten zijn bijvoorbeeld:

  • Zorg voor een vast tijdsblok voor naar bed gaan, passend bij de leeftijd en het dutje.
  • Bouw het laatste uur voor bedtijd prikkelarm op: geen wilde spelletjes of schermen.
  • Gebruik een kort, herhaalbaar slaapritueel van ongeveer 20–30 minuten.
  • Houd overdag voldoende beweging en daglicht, dat ondersteunt de biologische klok.
  • Creëer een donkere, rustige slaapkamer met een vaste slaapplek.
  • Wees duidelijk en kort in je taal: herhaal een paar vaste zinnen in plaats van veel uitleg.

Bij peuters die al in een peuterbedje of groot bed slapen, is het extra belangrijk om de slaapkamer slaapvriendelijk en veilig in te richten. Denk aan het beperken van speelgoed in de kamer en het zorgen voor een duidelijke associatie: in bed slapen we. Overweeg goed vanaf welke leeftijd peuterbed voor jouw kind passend is en hoe je voorkomt dat je kind voortdurend uit bed komt. Soms helpt het om nog wat langer in een ledikant te blijven als dat veilig kan en past bij de ontwikkeling.

Wanneer is extra hulp verstandig?

De sprong 2 jaar is meestal tijdelijk. Vaak zie je binnen enkele weken tot een paar maanden weer meer rust, zeker als je consequent blijft in ritme en grenzen. Toch zijn er situaties waarin het verstandig is om extra hulp in te schakelen. Bijvoorbeeld als je kind extreem weinig lijkt te slapen, heel veel huilt, overdag erg somber of juist extreem druk is, of als jij als ouder uitgeput raakt en het niet meer overziet.

Bij zorgen over de gezondheid of ontwikkeling van je kind is de eerste stap altijd het consultatiebureau of de huisarts. Zij kunnen met je meedenken, lichamelijke oorzaken uitsluiten en je zo nodig doorverwijzen. Gaat het vooral om patronen in slaapgedrag, grenzen, ritme en emoties, dan kan begeleiding door een professional met kennis van kinderslaap helpend zijn. Op een overzichtspagina met slaapcoaches kun je iemand zoeken die past bij jullie gezin, opvoedstijl en de leeftijd van je kind.

Soms is het ook gewoon fijn als iemand van buitenaf even met je meekijkt en je bevestigt dat je op de goede weg zit. Je hoeft het niet alleen te doen. De combinatie van realistische verwachtingen, een passend plan en steun voor jou als ouder is vaak de sleutel om de sprong 2 jaar beter door te komen.

Conclusie

De sprong 2 jaar is een intensieve maar normale ontwikkelingsfase waarin het slaapgedrag van je kind flink kan veranderen. Meer eigen wil, sterkere emoties, groei in taal en fantasie en veranderingen in dagslaap komen allemaal samen. Dat kan zorgen voor bedtijdstrijd, nachtelijk wakker worden en vroeg opstaan, zowel bij kinderen van 1–2 jaar als bij peuters van 2–3 jaar.

Met een voorspelbaar ritme, een warm en duidelijk slaapritueel, realistische verwachtingen en zachte, leeftijdsgebonden stappen kun je veel doen om deze fase draaglijker te maken. Belangrijk is dat je je kind niet lang laat huilen, goed blijft kijken naar wat hij nodig heeft en ook jouw eigen grenzen bewaakt. Duurt de onrust lang of maak je je zorgen, dan is het altijd verstandig om samen met het consultatiebureau, de huisarts of een slaapprofessional te kijken wat jullie kan helpen. Zo wordt de sprong 2 jaar uiteindelijk een fase waar jullie samen sterker uitkomen, met meer vertrouwen in slapen en in elkaar.

Veelgestelde vragen

Bij veel kinderen zie je eerste signalen rond 20–24 maanden: meer eigen wil, meer taal en soms onrustiger slapen. Bij anderen valt het pas op na hun tweede verjaardag. Het is geen strak afgebakende periode, maar een fase die zich over enkele maanden kan uitstrekken.

Let op het totaalplaatje: eetlust, groei, stemming overdag en eventuele pijnsignalen. Bij twijfel of bij plotselinge, hevige veranderingen in gedrag of gezondheid is het altijd verstandig om contact op te nemen met het consultatiebureau of de huisarts. Zij kunnen beoordelen of aanvullend onderzoek nodig is.

Werk met kleine, voorspelbare stappen: een vast slaapritueel, duidelijke afspraken en jouw aanwezigheid rustig afbouwen. Reageer op huilen met troost en nabijheid, en probeer je kind te helpen kalmeren in plaats van het alleen te laten met zijn emoties. Als je merkt dat je vastloopt, kan een gestructureerde maar zachte vorm van slaaptraining voor peuters of dreumesen uitkomst bieden.

Bij veel kinderen zie je binnen enkele weken verbetering als je ritme en aanpak goed aansluiten bij hun leeftijd en temperament. Soms duurt het langer, zeker als er veel veranderingen tegelijk spelen, zoals een nieuw bed, opvang of een broertje of zusje. Blijf je na enkele maanden nog steeds ernstige slaapproblemen ervaren, dan is het verstandig om professionele hulp in te schakelen.

Kijk eerst naar het totale slaappatroon: bedtijd, duur van het dutje en de hoeveelheid prikkels overdag. Soms helpt het om het dutje iets in te korten of de bedtijd iets te verschuiven. Blijft je kind structureel te vroeg wakker en merk je dat het jullie gezin zwaar belast, dan kan een gerichte aanpak voor te vroeg wakker worden helpen om weer meer balans te krijgen.

Als het enigszins kan, is het vaak rustiger om grote veranderingen niet precies in de heftigste fase van de sprong 2 jaar te plannen. Klimt je kind uit het ledikant of is er een andere veiligheidsreden, dan kan een peuterbed eerder nodig zijn. In dat geval helpt het om je goed te verdiepen in de geschikte peuterbed leeftijd en de overgang stap voor stap te begeleiden.

Redactie Slaapcoachvinden.nl

Redactie Slaapcoachvinden.nl

Delen:

Hulp nodig bij slaapproblemen?

Vind een gekwalificeerde slaapcoach in jouw buurt en verbeter je slaapkwaliteit.

Gerelateerde slaaptips

Interessante slaaptips

Ontdek meer waardevolle tips en inzichten over slaap en welzijn

Uitgelichte slaapcoaches

Ontdek gekwalificeerde slaapcoaches die je kunnen helpen